Stuntelen met steken
Gisteren heb ik een sok helemaal uitgehaald, omdat de steekverhouding en het aantal steken niet klopte, de sok kreeg ik nauwelijks over mijn wreef heen. De Jaywalker is daar wel bekend om, toch met extra veel steken opgezet ging ik de mist in. Ik kan soms zo klungelen met proeflapjes, steekverhoudingen en naalden. Het is een soort logica die bij mij geen klik maakt. Keer op keer moet ik het wiel opnieuw uitvinden, laat ik mijn conclusies nu eindelijk eens opschrijven.
- Hoe dikker het garen, des te minder steken per 10 cm.
- Hoe dikker de naald, hoe groter de steken.
- Hoe groter de steken, hoe minder steken per 10 cm.
- Hoe dunner het garen, hoe meer steken per 10 cm.
- Hoe dunner de naald, hoe kleiner de steken.
Hoe kleiner de steken, hoe meer steken per 10 cm. Als het proeflapje meer steken per 10 centimeter heeft als het patroon aangeeft, zijn de steken te klein. Gebruik een paar dikkere naalden. Als het proeflapje minder steken per 10 centimeter heeft als het patroon aangeeft, zijn de steken te groot. Gebruik een paar dunnere naalden.
Gauge of tewel de steekgrootte: het aantal toeren en steken per lengte en breedte van het proeflapje. Bij amerikaanse patronen/garen aangegeven als bijvoorbeeld 7 stitches/inch and 9 rows/inch in stockinette stitch, bij europese patronen/garens aangegeven als 28 steken bij 36 toeren in 10 centimeter tricotsteek. Delen of vermenigvuldigen met 4, afhankelijk welke kant op, voor een globale verhouding, even omrekenen voor het precieze werk.
Boordsteken, kabelpatronen en zigzagpatronen hebben de neiging “in te trekken”. Je hebt dan meer steken per 10 centimeter dan bijvoorbeeld met bij een proeflapje met ribbels of tricotsteken. Nou, dat heb ik gemerkt. Slobberen normaal gesproken mijn sokken iets bij 60 steken, met 68 steken in zigzag kwam ik flink in de breedte te kort. Morgen weer een nieuwe poging met de Jaywalker :-)


Facebook
Twitter
Flickr