Archive for January, 2006

De laatste droom van de oude eik

van Hans Christian Andersen

Oude Eik

Er stond in het bos, hoog op de helling bij het open strand, zo’n echt oude eik, hij was precies driehonderd vijfenzestig jaar oud, maar die lange tijd was voor de boom niet meer dan even zovele dagen voor ons mensen. Overdag zijn wij wakker, ‘s nachts slapen en dromen wij.

Met een boom is het anders gesteld: in de lente, de zomer en de herfst is de boom wakker, en pas tegen de winter begint zijn slaap, de winter is zijn tijd van slapen, dat is zijn nacht na de lange dag, die lente, zomer en herfst heet.

Heel wat warme zomerdagen hadden de muggen om zijn kroon gedanst, geleefd, gezweefd en zich gelukkig gevoeld, en wanneer dan zo’n klein schepsel één ogenblik in stille zaligheid op een van de grote, frisse eikenbladeren zat te rusten, dan zei de boom altijd: “Stakkerdje! Je hele leven duurt maar één dag! Wat kort toch. Het is zo jammer!”

“Jammer, antwoordde dan het mugje altijd. “Wat bedoel je daarmee? Alles is zo heerlijk stralend, warm en mooi en ik ben zo blij!”

“Maar slechts één dag en dan is alles voorbij!”

“Voorbij!” zei het mugje. “Wat is voorbij? Ben jij ook voorbij?” “Nee, ik leef misschien nog wel duizenden van jouw dagen en mijn dag duurt hele jaargetijden! Dat is iets van zo lange duur dat jij het helemaal niet kunt uitrekenen!”

“Nee, want ik begrijp je niet! Jij hebt duizenden van mijn dagen, maar ik heb duizenden ogenblikken om blij en gelukkig te zijn. Neemt al deze heerlijkheid een einde wanneer jij sterft?” “Nee,” zei de boom, “die duurt zeker langer, oneindig veel langer dan ik mij kan indenken!”

“Maar dan hebben wij toch evenveel, onze berekeningen verschillen alleen maar!”

En het mugje danste en zweefde in de lucht, was blij met zijn tere, kunstige vleugeltjes van gaas en fluweel, verheugde zich in de zoele lucht die gekruid was met de geur van het klaverveld en van de wilde rozen, de vlier en de kamperfoelie, die over de heining groeiden, om van het lievevrouwebedstro, de sleutelbloemen en de wilde kruizemunt niet te spreken; er was een geur zo sterk dat het mugje zich heus een klein beetje dronken voelde.

De dag was lang en verrukkelijk, vol van blijdschap en goede dingen en toen de zon onderging, voelde het mugje zich zo heerlijk moe van al die vrolijkheid. Zijn vleugels wilden het niet langer dragen en heel zacht gleed het op het zachte, wiegende grashalmpje neer, het knikte met zijn kopje, en sliep dan blij in: dat was de dood. “Arme, kleine mug,” zei de eik, “dat was toch een al te kort leven!”

En iedere zomerdag herhaalden zich diezelfde dans, datzelfde gesprek, hetzelfde antwoord en het inslapen; het herhaalde zich in hele families van muggen, en alle waren zij toch gelukkig, even blij.

De boom stond wakker, zijn lentemorgen, zijn zomermiddag en zijn herfstavond, nu naderde zijn tijd van slapen, zijn nacht — de winter was in aantocht.

Reeds zongen de stormen: “Goedenacht! goedenacht! Daar viel een blad, daar viel een blad! Wij plukken, wij plukken! Zie dat je gaat slapen, wij zingen je in slaap, wij schudden je in slaap, maar, nietwaar, dat doet goed in je oude takken. Zij kraken ervan uit louter plezier. Slaap lekker, slaap lekker! Het is je driehonderd vijfenzestigste nacht, eigenlijk ben je maar een jongetje van een jaar! Slaap lekker! Uit de hemel dwarrelt sneeuw, het wordt een heel laken, een warm dek om je voeten! Slaap lekker en droom prettig!”

En de boom stond daar, beroofd van zijn loof, om ter ruste te gaan, de hele winter lang en in die winter menige droom te dromen, steeds iets dat hij zelf had beleefd, net als de mensen dromen.

Hij was ook eenmaal klein geweest, ja, een eikeltje was zijn wieg geweest, naar menselijke berekening leefde hij nu in zijn vierde eeuw; hij was de grootste, de hoogste boom in het bos, met zijn kroon stak hij hoog boven alle andere bomen uit, ver op zee was hij zichtbaar, een baken voor de schepen; hij besefte helemaal niet hoeveel ogen hem zochten. Hoog boven in zijn groene kroon woonden de houtduiven en sloeg er de koekoek; in het najaar, wanneer de bladeren wel geslagen koperen plaatjes leken, kwamen de trekvogels en ze rustten daar, vóór zij over zee vlogen. Maar nu was het winter, de boom stond daar bladerloos, je kon goed zien hoe krom en knoestig de takken zich uitstrekten; kraaien en roeken zaten er om de beurt in groepjes te praten over de harde tijden die nu begonnen en hoe moeilijk het was in de winter aan voedsel te komen.

Het was juist het heilige kerstfeest, toen droomde de boom zijn schoonste droom: die moeten wij horen.

De boom kon heel duidelijk merken dat het een feestelijke tijd was. Hij meende overal in de rondte de kerkklokken te horen luiden en daarbij was het zacht en warm als op een mooie zomerdag, fris en groen breidde hij zijn machtige kroon uit, de zonnestralen speelden tussen zijn bladeren en takken, de lucht was vol geur van kruiden en struiken; bonte vlinders speelden krijgertje en de muggen dansten, alsof alles er alleen maar was opdat zij konden dansen en pret maken. Alles wat de boom jarenlang had beleefd en om zich heen had gezien trok, als een feestelijke optocht, voorbij.

Hij zag uit oude tijden ridders en edelvrouwen te paard door het bos rijden met een veer op de hoed en een valk in de hand; de jachthoorn weerklonk en de honden blaften.

Hij zag soldaten van de vijand met blanke wapens en in bonte uniformen, met speer en hellebaard, hun tenten opslaan en weer afbreken; het wachtvuur vlamde op en er werd gezongen en geslapen onder de brede takken van de boom.

Hij zag verliefden hier in stil geluk in de maneschijn samen komen en de eerste letter van hun naam in de grauwgroene bast snijden. Citer en eolusharp waren er eens — er lagen jaren tussen — opgehangen in de takken van de eik door vrolijke, rondtrekkende gezellen, nu hingen zij daar weer, nu klonken zij daar weer zo liefelijk. De houtduiven kirden als wilden zij vertellen wat de boom daarbij voelde, en de koekoek sloeg hoeveel zomerdagen hij zou leven.

Toen was het alsof, tot in de kleinste wortels, tot in de hoogste takken, helemaal tot in de bladeren, een nieuw leven door de boom stroomde. Hij voelde dat hij zich kon uitrekken, hij merkte het in zijn wortels, hoe ook daar beneden in de aarde leven en warmte was, hij voelde hoe zijn kracht toenam, hij groeide hoger en hoger. De stam schoot op, er was geen stilstand, hij groeide meer en meer, de kroon werd voller, breidde zich uit, verhief zich en naarmate de boom groeide, groeide ook zijn gezondheid, zijn verheugend verlangen om steeds hoger te reiken, helemaal tot de stralende warme zon. Reeds was hij hoog boven de wolken uitgegroeid, die als duistere scharen trekvogels of als grote, witte zwermen zwanen onder hem langs trokken.

En elk blad van de boom kon zien alsof het ogen had om te zien; de sterren werden overdag zichtbaar, groot en blank; iedere ster flonkerde als een paar ogen, zo zacht en zo helder; zij deden denken aan bekende, geliefde ogen, kinderogen, ogen van verliefden, wanneer zij elkaar onder de boom ontmoeten. Dat was een gelukkig ogenblik, een ogenblik vol vreugde!

En toch, bij al die vreugde voelde hij een verlangen dat alle andere bomen in het bos daar beneden, alle struiken, planten en bloemen zich met hem mochten verheffen, met hem de glans en vreugde mochten voelen. De machtige eik was in de droom van zijn heerlijkheid niet volkomen gelukkig als niet alle, grote en kleine, het met hem waren, en dat gevoel beefde door takken en bladeren zo innig en zo sterk als in de borst van een mens. De kroon van de eik bewoog zich alsof de boom iets zocht, iets miste, hij keek om en toen rook hij de geur van Lievevrouwebedstro en al spoedig een nog sterkere geur van kamperfoelie en viooltjes, hij meende te kunnen horen dat de koekoek hem antwoordde. Ja, door de wolken kwamen de groene toppen van het bos uitkijken.

Hij zag de andere bomen onder zich groeien en zich verheffen evenals hijzelf; struiken en planten schoten op, enkele rukten zich met wortel en tak los en vlogen sneller. De berk was het vlugst, als een helle bliksemstraal knetterde haar slanke stam, haar takken golfden als groen gaas en groene vaandels; het hele bos, zelfs het bruingeveerde riet, groeide mee en de vogels vlogen mee en zongen en op het hoge gras, dat los fladderde als een lange, groene zijden band, zat de sprinkhaan en speelde met zijn vleugel op zijn scheenbeen; de kevers bromden en de bijen zoemden, iedere vogel zong met zijn snavel, alles was zang en vreugde tot in de hemel toe.

“Maar het kleine blauwe bloempje daar bij het water, dat moet ook mee,” zei de eik; “en dat rode klokbloempje en dat kleine madeliefje!” Ja, de eik wilde ze allemaal mee hebben. “Wij gaan mee! Wij gaan mee!” zong het en klonk het. “Maar dat mooie lievevrouwebedstro van de vorige zomer — en het jaar daarvoor was hier een heel tapijt van lelietjes-van-dalen — en die wilde appelboom, wat stond die prachtig — en al die schoonheid van het bos, jaren, jarenlang — waren die toch maar tot nu toe blijven leven, dan hadden die nu ook mee kunnen gaan!”

“Wij gaan mee! Wij gaan mee!” zong het en klonk het nog hoger, het leek alsof ze vooruit waren gevlogen. “Nee, dit is té ongelofelijk mooi!” jubelde de oude eik. “Ik heb ze nu allemaal, kleine en grote! Niet één is er vergeten, hoe is zoveel geluk denkbaar!”

“In Gods hemel is dat denkbaar!” klonk het.

En de boom die steeds groeide, voelde dat zijn wortels zich van de aarde losmaakten.

“Dat is het allerbeste,” zei de boom, “nu houdt geen band mij meer tegen! Ik kan omhoogvliegen naar het allerhoogste in licht en glans en al mijn geliefden vergezellen mij, kleine en grote! Allemaal!”

“Allemaal!”‘ Het was de droom van de eik en terwijl hij droomde loeide er een geweldige storm over zee en land in de heilige kerstnacht; de zee wentelde zware golven op het strand, de boom kraakte en werd met zijn gehele wortel losgerukt, juist op het ogenblik dat hij droomde dat zijn wortels zich losmaakten. Hij viel. Zijn driehonderd vijfenzestig jaren waren nu als de éne dag van het mugje.

Op kerstochtend, toen de zon opkwam, was de storm gaan liggen; alle kerkklokken luidden plechtig en uit iedere schoorsteen, zelfs uit de kleinste op het dak van de arme boer, steeg de rook op, blauw als van het altaar op het druïdenfeest, de offerrook van de dankbaarheid.

De zee werd stiller en stiller en op een groot schip daarbuiten, dat ‘s nachts het zware weer goed had doorstaan, werden nu alle vlaggen gehesen, mooi en plechtig als past voor het kerstfeest.

“De boom is weg! De oude eik, ons baken op het land!” zeiden de zeelui. “Hij is gevallen in deze stormnacht! Wie zal hem kunnen vervangen, dat kan niemand!”

Zulk een lijkrede, kort maar welgemeend, kreeg de eik die lag geveld op het sneeuwtapijt langs het strand; en over de boom klonk psalmgezang vanuit het schip, het gezang van de vreugde van het kerstfeest.

Ieder daarbuiten op het schip kwam bij het horen van het gezang en door het gebed in een blijde stemming.

Juist zoals de oude boom in de kerstnacht zich verhief in zijn laatste, schoonste droom.

Bronnen
“Hans Christian Andersen – Sprookjes en verhalen” opnieuw uit het Deens vertaald door Dr. Annelies van Hees. Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1997.
Gelezen op Wereld Volksverhalen Almanak
Foto Oude Eik: Majanka Fotografie

Fearn

Fearn – Els – Alnus glutinosa
Els geeft je kracht, zowel fysiek als mentaal.
De Els heeft een sterke associatie met verdediging en bescherming.
In oude tijden, vertellen keltische mythen, zouden omheiningen van elzenhout gemaakt worden om invallen te voorkomen of gevangen binnen te houden. Deze hekwerken werden zelfs versierd met schedels.

Fearn heeft te maken met het bewaken van jouw grenzen, jouw eigen plek, jouw kracht. Je intuitie vertelt je wel op welke wijze iets of iemand jouw grenzen bedreigd of jouw persoonlijkheid binnendringt. Als je niet bereid bent jouw plek op te geven of jezelf te verdedigen, geef je jouw eigen kracht weg.

Fearn
De Els is een boom waar ik (nog) weinig feeling mee heb. Dagelijk passeer ik er diverse, zonder dat ze me daadwerkelijk opvallen. Een paar weken terug viel mijn oog er wel op, goh, welke boom is het ook al weer met zijn recht, ranke en open structuur, waar van die kleine verhoute vruchtjes inhangen. Even terug in mijn geheugen herinnerde ik me de elzenpropjes weer …In de komende weken zal de Els ongetwijfeld meer van haar mysterieën aan mij gaan onthullen!

Het hout van de Els is wit. Na het is afgezaagd kleurt het hout door het sap rood. Dit wordt ook wel het bloeden van het hout genoemd. Vroeger werd dit als gevaarlijk en duivels gezien. De boom was de belichaming van een kwade geest. Het zou dan ook een misdaad zijn een Els om te zagen, het zou onrust binnen de gemeenschap veroorzaken.

Vanwege het bloeden van de boom wordt de Els als vrouwelijk bestempeld. Culpeper heeft haar geclassificeerd onder Venus.

Elzenhout vroeg in de knop. Een strenge winter wacht ons op!

Boomhoroscoop II

Uit welke boom ben jij gevallen?
Deze boomhoroscoop las ik dit weekend in de nieuwsbrief van Moerstaal.
Zoals ik enkele dagen geleden schreef, een populaire invalshoek. Ik kan het niet laten hem toch even als onderzoeksmateriaal te vermelden, neem het met een flinke korrel zout.

01 januari tot 11 januari
05 juli tot 14 juli
Den (De mysterieuze)
Buitengewone smaak, waardigheid, gekunsteld, houdt van alles wat mooi is, humeurig, koppig, neigt naar egoisme maar houdt van degenen die hem na staan, nogal bescheiden, erg ambitieus, getalenteerd, vlijtig, ontevreden minnaar, heeft veel vrienden , veel vijanden, erg betrouwbaar.

12 januari tot 24 januari
15 juli tot 25 juli
Olm (De grootmoedigheid)
Plezierige vorm, smaakvolle kleding, bescheiden eisen, heeft de neiging om fouten niet te vergeven, opgewekt, houdt ervan om te leiden maar niet om te gehoorzamen, eerlijke en trouwe partner, houdt ervan om beslissingen te nemen voor anderen, grootmoedig, gul, goed gevoel voor humor, practisch.

25 januari tot 03 februari
26 juli tot 04 augustus
Cipres (De trouw)
Sterk, gespierd, plooibaar, neemt wat het leven te bieden heeft, tevreden, optimistisch, verlangt naar geld en waardering, haat eenzaamheid, gepassioneerde minnaar/minnares die niet snel tevreden is, trouw, heetgebakerd, weerbarstig, schoolmeesterachtig, zorgeloos.

04 februari tot 08 februari
01 mei tot 14 mei
05 augustus tot 13 augustus – Populier
Populier (De onzekerheid)
Ziet er erg decoratief uit, niet erg zelfverzekerd, alleen dapper als het nodig is, heeft welwillendheid en plezierige omgeving nodig, erg kieskeurig, vaak eenzaam, grote vijandigheid, artistieke aard, kan goed organiseren, neigt naar filosofie, betrouwbaar in elke situatie, neemt het partnerschap serieus.

09 februari tot 18 februari
14 augustus tot 23 augustus
Ceder (Het zelfvertrouwen)
Zeldzame schoonheid, weet zich aan te passen, houd van luxe, goede gezondheid, absoluut niet verlegen, heeft de neiging om neer te kijken op anderen, zelfbewust, vastberaden, ongeduldig, houdt er van om indruk te maken op anderen, multi-getalenteerd, vlijtig, bezit een gezond optimisme, wacht op die ene ware liefde, is in staat om snelle besluiten te nemen.

19 februari tot 28 februari
24 augustus tot 02 september
Pijnboom (De speciale)
Houdt van aangenaam gezelschap, erg robuust, weet hoe hij/zij het leven comfortabel moet maken, erg actief, natuurlijk, goed gezelschap, maar zelden vriendelijk, wordt snel verliefd maar de vlam dooft ook weer erg snel, geeft snel op, alles valt tegen tot hij zijn ideaal heeft gevonden, betrouwbaar, practisch.

01 maart tot 10 maart
03 september tot 12 september
Treurwilg (De melancholie)
Mooi maar vol met melancholie, aantrekkelijk, erg meevoelend, houdt van alles wat mooi en smaakvol is, houdt van reizen, een dromer, rusteloos, wispelturig, eerlijk, kan beinvloed worden maar is niet makkelijk om mee te leven, veeleisend, goede intuitie, lijdt in de liefde maar vind soms een verankerende partner.

11 maart tot 20 maart
13 september tot 22 september
Linde (De twijfel)
Accepteert wat het leven geeft in een bedaarde wijze, haat vechten, stress en arbeid, heeft een hekel aan luiheid en ledigheid, zacht en bedaard, maakt offers voor vrienden, veel talenten maar niet vasthoudend genoeg om ze tot ontplooing te brengen, vaak jengelend en klagerig, erg jaloers maar trouw.

21 maart
Eik (De moedige)
Robuust karakter, dapper, sterk, meedogenloos, onafhankelijk, verstandig, houdt niet van veranderingen, houdt zijn voeten stevig op de grond, een actief persoon.

22 maart tot 31 maart
24 september tot 03 oktober
Hazelaar (De buitengewone)
Charmant, niet veeleisend, erg begripvol, weet hoe indruk te maken, actieve strijder voor sociale zaak, populair, stemmig, wispelturige minnaar, eerlijk, tolerante partner, nauwgezet gevoel voor oordeel.

01 april tot 10 april
04 oktober tot 13 oktober
Lijsterbes (De gevoeligheid)
Vol met charme, opgewekt, niet egoistisch, houdt er van om aandacht te trekken, houdt van het leven, beweging, rusteloosheid, en zelf complicaties, is beide onafhankelijk en afhankelijk, goede smaak, artistiek, gepassioneerd, emotioneel, goed gezelschap, vergeeft niet.

11 april tot 20 april
14 oktober tot 23 oktober
Esdoorn (Onafhankelijkheid van geest)
Geen gewoon persoon, vol met fantasie en originaliteit, verlegen en gereserveerd, ambitieus, trots, zelfverzekerd, hongerig voor nieuwe ervaringen, soms nerveus, heeft veel complexitieten, goed geheugen, leert makkelijk, gecompliceerd liefdesleven, wil graag indruk maken.

21 april tot 30 april
24 oktober tot 11 november
Walnoot (De passie)
Meedogenloos, vreemd en vol met contrasten, vaak egoistisch, agressief, nobel, brede horizon, onverwachte reacties, spontaan, ongelimiteerde ambitie, niet flexibel, moeilijke en ongewone partner, niet altijd geliefd maar vaak bewonderd, ingenieuze strateeg, erg jaloers en gepassioneerd, maakt geen compromissen.

15 mei tot 24 mei
12 november tot 21 november
Kastanje (De eerlijkheid)
Van ongewone schoonheid, wil geen indruk op anderen maken, goed ontwikkeld gevoel van gerechtigheid, levendig, geinteresseerd, een geboren diplomaat, maar raakt gemakkelijk geirriteerd en wordt snel gevoelig in gezelschap, vaak door een gebrek aan zelfvertrouwen, gedraagt zich soms superieur, voelt zich niet begrepen, heeft maar 1 liefde in zijn/haar leven, heeft moeite in het vinden van een partner.

25 mei tot 03 juni
22 november tot 01 december
Es (De ambitie)
Buitengewoon aantrekkelijk, levendig, impulsief, veeleisend, houdt niet van kritiek, ambitieus, intelligent, getalenteerd, houdt er van om het lot te tarten, kan egoistisch zijn, erg betrouwbaar, trouw en liefhebber van voorzichtigheid, het brein regeert soms over het hart, maar hij/zij neemt het partnerschap erg serieus.

04 juni tot 13 juni
02 december tot 11 december
Haagbeuk (De goede smaak)
Van koele schoonheid, let op zijn/haar uiterlijk en conditie, goede smaak, is niet egoistisch, maakt het leven zo comfortabel mogelijk, leidt een redelijk en gedisciplineerd leven, zoekt vriendelijkheid en erkenning in een emotionele partner, droomt van ongewone minnaars/minaressen, is zelden gelukkig met zijn/haar gevoelens, wantrouwt meeste mensen, is nooit zeker van zijn/haar beslissingen, erg nauwgezet.

14 juni tot 23 juni
12 december tot 21 december
Vijg (De gevoeligheid)
Erg sterk, eigenzinnig, onafhankelijk, laat geen tegenstrijdigheden toe in argumenten, houdt van het leven, zijn/haar familie, kinderen en dieren, een beetje een sociale vlinder, goed gevoel voor humor, houdt van ledigheid en luiheid, is van een practische aard en intelligent.

24 juni
Berk (De inspiratie)
Levendig, aantrekkelijk, elegant, vriendelijk, bescheiden, houdt niet van extremen, verafschuwt vulgariteit, houd van leven in de natuur en stilte, niet erg gepassioneerd, fantasievol, beetje ambitieus, creeert een serene en tevreden atmosfeer.

25 juni tot 04 juli
23 december tot 31 december
Appel (De liefde)
Tengere bouw, veel charme, aantrekkingskracht, aangename aura, flirterig, avontuurlijk, gevoelig, altijd verliefd, wil liefhebben en liefgehad worden, trouw en een tedere partner, erg gul, wetenschappelijke talenten, leeft voor vandaag, een zorgeloze filosoof met fantasie.

23 september
Olijf (De wijsheid)
Houdt van zon, warmte en vriendelijke gevoelens, redelijk, evenwichtig, ontwijkt agressie en geweld, tolerant, opgewekt en kalm, goed ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid, gevoelig, meevoelend, vrij van jaloezie, houdt van lezen en het gezelschap van wereldse mensen.

22 december
Beuk (De creativiteit)
Heeft goede smaak, is bezorgd over haar/zijn uiterlijk, materialistisch, goede organisatie van leven en carriere, economisch, goede leider, neemt geen onnodige risico’s, redelijk, uitstekende levenspartner, dol op fit blijven(dansen, sporten, enz .).

Duir

Duir – Eik – Quercus robur
De eik is een van de gemakkelijkst herkenbare bomen door zijn gelobte bladeren en de gedopte noten. Het is een van mijn favoriete bomen, door de kracht en standvastigheid die hij uitstraalt. De koning der bomen wordt hij ook wel genoemd. Een naam die ik heel goed vind passen, de eik kan niet alleen heel oud wordt, hij is ook in staat onder zware omstandigheden zich stand te houden. De eik geeft me steun en helpt me helder te denken. Hij nodigt me uit om mijn eigen dingen te doen, ruimte in te nemen en vooral moed te behouden om door te gaan.

Duir
Het eikenhout is heel hard en brand traag, het is geschikt om duurzame zaken van te maken. Het woord deur is afgeleid van duir, deuren van eikenhout die de woning beschermen. Een boom die respect verdient. Druiden gaven les onder de eik. Het is zo een symbool voor mysterie en kracht geworden, wijsheid, het doorgeven van kennis. Met een gouden of zilveren snoeimes klommen de druïden vaak eikenbomen in om maretak te snijden.

Heilige Eik
De Heilige Eik
De levenskracht van de eik vond ik indrukwekkend om te voelen bij De Heilige Eik in Den Hout. Heel boeiend om te zien, dat zo’n enorm dikke boom, waarvan de stam ooit door bliksem verwoest is, ieder jaar nog bladeren draagt. In de kern van de oude holle stam kon ik de levengevende energie-stromen als een blauwe gloed zien stromen. De oude hoofdstam is praktisch verdwenen. Een tak lijkt nu de functie van hoofdstam op zich te hebben genomen. Over de Heilige Eik bestaan verschillende sagen, de geschatte leeftijd is 750 jaar. Het energieveld van de boom en de diverse leylijnen die de boom doorkruisen zijn al op verre afstand te voelen.

Boomhoroscoop

Bomen verbonden met de ogham, het keltische jaar of tewel de boomhoroscoop en verbonden met de manen van het jaar. Had ik me net besloten eerst in de ogham te verdiepen, krijg ik prompt populaire informatie over de boomhoroscoop in mijn mailbox. Synchroniciteit … ?

Tja en dan ga ik even op het internet snuffelen en kom ik allerhande informatie tegen, in weblogs en msn-groepen, telkens dezelfde informatie gekopieërd zonder enige bronvermelding. Waar is dit allemaal op gebaseerd, zit er een kern van waarheid in? Ja, dat wil ik dan graag weten…

Voor mijn gevoel is de boomhoroscoop, boomastrologie, Keltische astrologie of hoe je het ook noemen wilt, net zo algemeen als de horoscopen die je over de verschillende dierenriemtekens van de westerse astrologie kunt lezen.

Ik kan me voorstellen dat je als mens op één of meerdere bomen resoneert, een type waarin je jezelf herkent en die een deel van je karakter beschrijft. Zo ervaar ik de bomen zelf en in gesprek met anderen merk ik dat zij op heel andere bomen vallen :-)

Boomkalender
Zo lees ik:
Het Keltisch jaar was ingedeeld in 29 ‘weken’ van 10 dagen. Er waren telkens twee ‘weken’ in het teken van de hazelaar, de lijsterbes, de esdoorn, de kastanje, de es, de haagbeuk, de vijgeboom, de appelaar, de zilverspar, de cypres, de ceder, de den, de wilg en de linde. Plus één week in het teken van de notelaar.Daarbovenop kwamen er drie periodes in het teken van de populier (vijf dagen in februari, veertien in mei en negen in augustus); twee periodes in het teken van de iep (dertien dagen in januari en elf in juli); en één periode van negentien dagen waarin de notelaar (van 24 oktober tot 2 november) overlapte met de taxus (van 3 tot 11 november).Tenslotte waren er vier dagen in het teken van de vier ‘heilige’ bomen: de eik (21 maart), de berk (24 juni), de olijfboom (23 september) en de beuk (22 december). Samen maakt dat 40 ‘weken’ van ongelijke duur en 365 dagen.

Elders las ik:
De Keltische boomkalender verdeelt het jaar in 39 perioden van maximaal 10 dagen en elke periode wordt beheerst door een bepaalde boomsoort. In totaal onderscheidden zij 21 boomsoorten, waarmee 21 mensentypen correspondeerden. De meeste boomsoorten regeren zowel over een periode in het voorjaar als in het najaar.

Ook wordt verwezen naar het boek The White Goddess van Robert Graves, hij zo veel over dit Keltische kennissysteem hebben onthuld. De naam van dit boek ben ik al vele malen tegengekomen in bronvermeldingen en lijkt me zeker de moeite waard om eens zelf te bestuderen. Wellicht dat het me helderheid kan bieden.

Het prikkelt me om het verder te bestuderen, gewoon omdat ik iets met bomen heb ;-)
Mocht je interessante websites en/of boeken weten over dit onderwerp dan hoor ik het graag!