
De afgelopen dagen hebben we in de avonduren gewerkt in de tuin. Een flink stuk van het gras afgespit, de zoden op de kop laten drogen, uitgeschud, stenen verwijderd. Mijn moppie heeft geholpen, dat schoot lekker op. Inmiddels hebben we al een deel van de cirkel uitgezet met een rolborder. De komende dagen zal het weer een stuk prettiger zijn om in de tuin te werken. Stapje voor stapje, dan komen we een eind.
Het plan voor de tuin begint steeds verder uitgewerkt te raken. Eerst de cirkel maken met de border, een kompas van stenen en gras in het midden. Lekker om met de blote voeten in te staan. In de tuin wil ik op de hoeken van de cirkel vier bomen planten; een appelboom, een vlier, een meidoorn en een wilg. Mijn eigen “grove“. De achterzijde van de tuin wordt vrij ruig. Mijn zwager heeft het snoeiafval van de wilgen bewaard, daar ga ik een walletje van maken, die overgroeid mag worden met klimop en bosrank.
Mijn vader, een zeer vitale 60-er, heeft aangeboden eind mei te willen helpen in de tuin. Wellicht dat hij een stukje bestrating wil doen, het terrasje van gerecyclede stenen aan de oostkant achter in de tuin. Aan deze kant van de tuin, staat ook een muur, die de hele dag zon vangt, hier maken we de trellis waar de druif aan mag groeien.
Het gras aan de terraskant wil ik deze week nog maaien en inzaaien met wilde bloemen. Het zal pas aan het einde deze zomer zijn, dat ik hier mijn kruidentuin ga aanleggen. Een tijdelijke invulling met klaprozen, en wat er nog meer in het zaad zit, geeft toch wat kleur aan het geheel.
Ik heb er zin in, in het warme weer van de afgelopen dagen draagt daar zeker aan bij. Stokrozen die nu al roest hebben, een vliegenplaag in de keuken, dat vind ik minder, maar ook dat hoort erbij.

En de tuin, wat een saaie grasvlakte leek, heeft toch heel wat aardigheidjes in zich om naar te kijken. Ik ben de kruidjes nog aan het uitpluizen met mijn boeken. Er was een merkwaardige plant opgekomen, dat bleek een overblijvende ossentong te zijn. Wellicht heeft die zich vanuit de tuin van de buren verspreid.
Herinneringen uit mijn jeugd kwamen boven toen ik de bloeiende herderstasjes herkende. Wat een gewoon onkruid al niet kan doen, als je het lang niet hebt gezien. De zachte geur van de bloeiende sering van de buren bracht mijn oma in mijn gedachten; seringenzeep gebruikte ze volgens mij altijd. Een paar paardebloemen stonden deze week in pluis. Het kind in mij werd wakker, oh zo leuk om die weg te blazen :-)
Genieten van de schoonheid en de levendigheid in de tuin, het zijn de kleine dingen, ze doen me enorm goed, het geeft me een intens gevoel van verbondenheid met al dat leeft. Het voedt de druïde in mij! Grote hommels, bijen en koolwitjes vliegen af en aan. De merels, musjes en koolmezen die zingen dat het een lieve lust is, die genieten van een stofbad in de tuin.

Zelfs Vlekje, onze bijna 11 jaar oude pers, heeft weer jeugdige trekjes.
Regelmatig zie je hem laag over de grond sluipend een sprintje trekken om hem een poging te doen om de vogels te vangen. Het is erg koddig, het ontbreekt hem aan de souplesse en snelheid iets te vangen, maar zijn blik, als hij achterom kijkt spreekt boekdelen “kijk mij eens stoer zijn!”
Hij vind het heerlijk om door de stuiken te struinen – we noemen hebben dan ook wel eens gekscherend onze wilde bos-pers. Met zijn lange haren zit hij dan ook vol blaadjes, takjes en klitten. Als de tuin weer wat verder begroeit is, zal hij zijn hobbie weer kunnen uitleven. Nu houdt hij het op dutjes doen in het lange gras in de schaduw.