
Nog steeds half in shock moet ik even wat kwijt ….
Vannacht om even voor drie uur werd ik uit een diepe slaap wakker door een vreemd geluid. Een plof, het breken van iets. Ik dacht even dat onze kat iets uit de vensterbank gegooid had, iets wat we niet van hem kennen, maar je weet maar nooit. Omdat ik het toch niet kon plaatsen wat gebroken zou kunnen zijn besloot ik toch maar even te gaan kijken.
Blijkbaar heb ik iets tegen Jan gezegd, waardoor hij wakker werd en we een halve minuut later beneden waren. Ik hoor Jan iets over brand en vlammen mompelen terwijl hij de voordeur opendoet. Een gevoel van onwerkelijkheid valt over me heen, huh, dat kan toch niet. Ik kijk langs hem heen en zie inderdaad vlammen voor de voordeur. Jan gooit de deur snel weer dicht en roept in paniek om water. Half slaperig en verdoofd zei mijn instinct me te moeten handelen. Blussen! In de keuken stond gelukkig nog een emmer die ik niet had opgeruimd. Wat duurt het vullen van een emmer lang op zo’n moment. Na een halve emmer kon ik niet meer wachten, water, water, blussen. Paniek sloeg even toe toen ik de voordeur van de zenuwen niet open kreeg. Geen tijd voor paniek, die deur moet open, dat vuur moet uit. Toen ik de deur opendeed vloog een stuk papier omhoog, met de emmer in mijn hand, dit naar buiten gewerkt en de emmer omgekiept. Jan had in tussentijd een afwasbak gevonden en gevuld met water, ook deze er over heen. Deur weer dicht, nog een emmer vullen. Nog een emmer water er overheen toen wat het vuur gelukkig geblust …
Pffff …. dat was dat! Wat was er nu eigenlijk aan de hand? We doen de voordeur weer open en zien een stapel oud papier een doosje met papier op het stoepje van de voordeur staan. Tja, dat verklaart nog niet dat vreemde geluid waar ik wakker van werd. Ik keek naar het woonkamer raam en zag daar een fors gat in zitten. Hmmm… Hoe kan dit? Wat is dit voor raars? Ik snap dit niet! Nou ja, helder denken kon ik op dat moment niet, een heel onwerkelijk gevoel, handelen op overleving en automatisme.
Wat nu? De politie bellen. Is dit spoed nee? Oh, wat is het nummer van de politie eigenlijk. Jan zet zijn computer aan om het nummer op het internet op te zoeken (hoe bedoel je terugvallen op je vaste patronen). Ik herinner me een oud telefoonboek, waarin we het nummer vonden. Enkele minuten na drie uur hebben we melding gemaakt van het voorval, er zou een wagen langs gestuurd worden.
Na een paar heel hectische minuten, begonnen we ons te realiseren wat er gebeurd is, maar ook wat had kunnen gebeuren als we niet wakker waren geworden. Deja vu’s voor Jan; hoe kan dit, niet nog een keer in mijn leven … We staan te trillen op ons benen, verdoofd, in shock.
Welke idioot sticht er nu brand voor onze voordeur en waarom wordt er een ruit ingegooid? Dan ben je toch niet goed snik! Waarom bij ons? Is dit op ons persoonlijk gericht? Is dit balorigheid en vandalisme? Zoveel vragen die door je hoofd heen schieten.
Het wachten op de politie duurt lang. IJsberen, neuroten, rescue, een borrel, een shaggie roken. Ongeveer kwart voor vier waren ze bij ons, de situatie wordt opgemaakt. Er was een plastic tasje met papier aan de deurknop gehangen en aangestoken. In onze tuin is een zwerfkei verplaatst, een kleine straatsteen uit de tuin van de buren ligt er vlak bij. De politie onderzoekt de buurt, er is verder niets raars te zien. Een politieman maakt proces verbaal op, de ander maakt foto’s met mijn camera. Of we ruzie hebben met mensen? We hebben met niemand ruzie, de contacten die we hier in het dorp hebben zijn goed. Nee, persoonlijk kan het gewoon niet zijn …
De politie is weg en daar zit je dan. Met de shock in je lijf en leden, stijf van de adrenaline. Niet wetend wat je tegen elkaar moet zeggen en van alles er voelen en denken van ontzetting. Een situatie die gebeurd is en gelukkig goed is afgelopen. In shock, onbegrip en machteloosheid, verwondering over onze manier van reageren, een vreselijk onveilig gevoel. Op een gegeven moment besluiten we maar om naar bed te gaan en een dvd aan te zetten voor wat afleiding en ontspanning. Een beetje proberen te slapen. Het zijn hazeslaapjes geworden, ieder half uur werd ik wakker. Wat een nacht, ik ben gebroken.
Zojuist hebben we de glaszetter en de woningstichting gebeld. Wat een gedoe om dat weer te regelen; de dame van de woningstichting zei dat dit wel tot maandag kon wachten en zei dat als we de glaszetter lieten komen dat het op eigen rekening zou zijn. Dit omdat we zelf de glaszetter al hadden gebeld; dat was volgens de dame de procedure. Jan werd boos, dat gebeurt zelden. Hij eiste dat ze de glaszetter belde, hij had nog geen concrete afspraken gemaakt. Even later belde de glaszetter terug voor het maken van een afspraak. Hij komt begin van de middag om de ruit te zekeren. Maandag naar de politie om het proces verbaal te tekenen.
Ik ga nu maar iets doen ter ontspanning, proberen die stress uit mijn lijf te krijgen. Ik loop nog steeds te trillen als een rietje. Het van mij afschrijven heeft me in ieder geval wel wat goed gedaan.