Tja, hoe zal ik het eens noemen,
hoe zal ik het eens opschrijven?

Help!
De afgelopen twee weken waren donkergrijs. Niet van wol of verf dit keer, maar van mijn sombere gedachten. Het humeur van een oorwurm, niet kunnen genieten, alles gaat mis, doodmoe, niet kunnen concentreren. Kou, die met een warme kachel, trui en sokken niet te verdrijven is. Alles of niets. Vooral veel niets en negatief denken. Het kaarsje flakkerde natuurlijk al een tijdje wat onstabiel, maar twee weken geleden ging het echt uit. Op zich ook niet gek, na een emotioneel half jaar, het verlies van mijn moeder is nog zo kort geleden.
Deze stemming ken ik vanmijzelf maar al te goed, ieder jaar kom ik hem tegen het einde van de winter tegen, als de laatste loodjes van een winterdepressie. Nu begin november al! De moed zakt me even in de schoenen? Hoe kom ik de winter door? Een groot grijs gat!
Het hele repertoire aan hulpmiddelen heb ik weer uit de kast getrokken om in beweging te blijven en niet nog verder gefrustreerd in dat grijze gat verzeild te raken; lichttherapie iedere morgen ruim een half uur, ‘s-middags een half uurtje Wii-fitten, tussendoor naar buiten voor een kleine wandeling. Iedere dag een klein doel stellen. Het helpt …. een heel klein beetje.
Deze zomer hebben we Sint Janskruidolie gemaakt. De plant groeit in onze eigen tuin; een klein illegaal verworven plant heeft zich goed gesettled. Het bloeide in overvloed tijdens de zonnige warme dagen van dit jaar. Lang geleden heb ik daar al over de plant geschreven. Voorzichtig zal ik deze olie gebruiken, om weer wat warmte te ervaren.
Het is tijdelijk, zo’n winterdepressie. Dat weet ik inmiddels uit ervaring. Het komt als de klok een uur terug gaat en de bladeren van de bomen vallen en het gaat over zodra het langer licht word en de vogels weer beginnen te fluiten. Ook al is het tijdelijk, kan het wel heel lang duren en is het keer op keer weer zwaar om er door heen te komen.
Zucht!