Hmmm … ik besef me nu net dat het al weer bijna een maand geleden is, dat ik iets op mijn weblog heb geschreven. Eigenlijk had ik niet veel meer te melden dan dat vooral het uithalen van mijn breiwerk een succesvolle activiteit is :-) Tja, dat klopt natuurlijk niet. Als je me kent en/of mijn tweets leest, weet je wel beter.
Ergens in de afgelopen weken is het me weer eens allemaal te veel geworden en ben ik een beetje in elkaar gestort. Een beetje erg eigenlijk. Het ging gaat gewoon niet meer; ik kon me niet concentreren, slecht slapen, eindeloze dromen en nachtmerries, storm in mijn hoofd, zorgen om mijn familie, alles zwart zien en moe, moe, moe. Er hoeft maar .. dit .. te gebeuren of ik ben helemaal van slag.
Van de leuke lieve dingen, zoals een extra knuffeltje van Daisy, maar ook en nog meer van de onzekere en verdrietige dingen. Het valt niet mee om mijn hoofd boven water te houden, niet in dieper in de grijze depressieve massa te verdwijnen. Ieder jaar is voor mij een struggle om de winter door te komen, dit jaar is zwaarder dan ooit.
En ook al ‘horen’ die depressies en winterdepressies bij mijn leven, blijf ik het moeilijk om aan mezelf toe te geven, dat ik langzaam weer wegzink. De balans tussen dingen doen en niet doen, hulp vragen, lastig, lastig, lastig. Ik wil niet klagen, maar dragen kan ik het ook niet.
De ziekte K en het overlijden van mijn moeder, de ziekte K en operaties van mijn zwager, zorgen om mijn vader en zusje, DH die tegen een burn-out aan zit, DD & SIL die beide ook niet lekker zitten met hun werk … het hakt(e) er emotioneel nogal op in. Onlangs hebben we gelukkig weer eens goed nieuws gehad. Mijn zwager is nu weer vrij van kanker, ze hebben met de laatste operatie alles kunnen verwijderen. Oh, wat zijn wij ben ik blij en opgelucht, dat is onvoorstelbaar!
Het spinnen, verven en breien blijven welkome afleidingen. Langzaam aan komt de inspiratie weer een beetje terug en kan ik me ook weer wat meer concentreren. In hele kleine stapjes …
Nog een maand en één dag, dan kunnen we Ostara vieren. Ik tel letterlijk de dagen af. Ik kijk uit naar de lentezon en échte zomers warmte. Tot die tijd is het nog even uitzingen. Frisse lucht, buiten zijn, wandelen, luisteren naar de vogels die weer volop zingen. Ik kijk naar die kleine dingen die het leven mooi en de moeite waard maken; ik kan niet anders. Ik weet het, over een paar weken voel ik me weer een stuk lekkerder.
Op wollig gebied keutel ik rustig verder. Niet altijd met even veel zin of succes, maar het is die tactiele ervaring, die me hier in het heden houdt en voorkomt dat ik helemaal in het grijze verdwijn. Op een ander moment doe ik wel weer een verslagje in wollige woorden.